Onverzadigde vetten als wapen tegen suikerziekte en hart- en vaatziekten

Het aantal mensen met overgewicht neemt, wereldwijd, schrikbarend toe. In Nederland heeft momenteel bijna de helft van alle volwassenen overgewicht. Deze groep mensen heeft een grote kans op het ontwikkelen van suikerziekte (diabetes) en hart- en vaatziekten. Hoe komt dit? In vetweefsel dat direct onder de huid ligt, kan een lichte continue ontsteking plaatsvinden. Deze ontsteking wordt gezien als de start op weg naar diabetes en hart- en vaatziekten. Wanneer mensen afvallen, neemt de mate van ontsteking ook af. Komt deze afname door het verminderde lichaamsgewicht of door het dieet dat deze mensen volgden om af te vallen?

Om dit te kunnen beantwoorden hebben wij vrijwilligers (die allemaal licht overgewicht hebben) in twee groepen verdeeld. Beide groepen kregen voeding waarbij ze niet af zouden vallen. De ene groep kreeg echter voornamelijk producten met verzadigde vetten en de andere groep met onverzadigde vetten. Wat bleek? In de "verzadigd vet"-groep steeg de mate van ontsteking in het onderhuidse vetweefsel. In de "onverzadigd vet"-groep daalde deze juist. Doordat beide groepen niet afvielen, kunnen we dus concluderen dat dit verschil enkel en alleen komt door het verschil in het gevolgde dieet. Het eten van verzadigde vetten resulteert dus in een verhoogde ontsteking van het vetweefsel.

Om de kans op diabetes en hart- en vaatziekten kleiner te maken is het dus van belang de verzadigde vetten zoveel mogelijk te laten staan. Afvallen en voldoende bewegen blijven natuurlijk nog steeds belangrijk. Niet alleen om de hoeveelheid onderhuids vetweefsel te bedwingen (vet wat er niet is, kan niet ontsteken), maar ook om de rest van het lichaam in optimale conditie te houden. 

BRON: A saturated fatty acid-rich diet induces an obesity-linked proinflammatory gene expression profile in adipose tissue of subjects at risk of metabolic syndrome. Susan van Dijk, Edith Feskens, Marieke Bos, Dianne Hoelen, Rik Heijligenberg, Mechteld Grootte Bromhaar, Lisette de Groot, Jeanne de Vries, Michael Müller en Lydia Afman Am. J. Clin. Nutr. 2009;90:1656-1664